Pulse
Álvaro Murillo & Sita Ostheimer
Een duet of een duel?
“Het enige zekere is de beweging.”
— Álvaro Murillo
Kort:
- Primitieve flamenco neemt het op tegen hedendaagse dans
- Twee lichamen tasten de grens af tussen controle en overgave
- Ritme, beweging, geluid, licht en instinct vormen één pulserende kracht
Eén ritme, twee lichamen
Een vrouw en een man, ongeveer even groot. De ene op blote voeten, de andere in laarzen. Ze delen een vloer, een ritme en een bewegingsimpuls, maar spreken een verschillende danstaal. In PULSE ontmoeten twee dansers en choreografen, de Duitse Sita Ostheimer en de Spaanse Álvaro Murillo, elkaar in een duet dat zich ergens tussen samenwerking en confrontatie beweegt: een duet als een duel.
Maar dit is geen steekspel met winnaars en verliezers. De dansers dagen elkaar uit, vuren elkaar aan, spiegelen elkaar en zoeken telkens naar de juiste afstand tegenover elkaar. Soms bewegen ze samen, bijna synchroon, dan weer trekt ieder een eigen spoor. Ze geven elkaar ruimte, nemen die opnieuw in, bieden weerstand en laten los. De spanning die ontstaat voel je in alles: klank, licht, de manier waarop de ene danser de andere benadert, uitnodigt of van antwoord dient, hoe het ene lichaam het andere telkens opnieuw en elke keer anders ontmoet.
De titel PULSE verwijst naar de hartslag, het meest elementaire ritme dat ons lichaam kent. Het is het ritme dat we niet hoeven te leren en dat toch voortdurend verandert: sneller bij inspanning of spanning, rustiger als het lichaam ontspant. In de voorstelling wordt die puls voelbaar in ademhaling, voetenwerk, herhaling, versnelling en uitputting.
Ook de flamenco vertrekt vanuit zo’n ritmische grondslag. De compás - typische ritmestructuur van de flamencomuziek - bepaalt maat en spanning van de dans. Murillo neemt die traditie niet over als een opgelegd systeem, maar onderzoekt hoe hij van daaruit opnieuw kan gaan bewegen. Zijn flamenco is primitief in de betekenis van elementair: terug naar de kracht, het ritme en de lichamelijke impuls onder de aangeleerde vorm.
Ostheimer vertrekt vanuit een andere traditie. Haar hedendaagse danspraktijk is sterk fysiek, geaard en aandachtig. Gewicht, spanning, ontspanning, snelheid en impuls vormen het materiaal waarmee ze beweging onderzoekt. In haar methode Complex Simplicity gaat het erom een vastgelegde choreografie van binnenuit levend te ervaren en alert te houden.
“De beweging ligt vast. Het lichaam erin blijft levend.”
— Sita Ostheimer
Haar uitgangspunt vormt een mooie tegenhanger van Murillo's uitspraak. Beiden stellen uiteindelijk dezelfde vraag: hoe kan beweging, ook wanneer ze een vorm heeft gekregen, open en levend blijven?
Traditie openbreken
Murillo beschrijft zichzelf als autodidact, en combineert zijn flamencopraktijk met hedendaagse dans. Een belangrijke inspiratiebron is Vicente Escudero, de flamencodanser die in de eerste helft van de twintigste eeuw de traditionele danstaal in dialoog bracht met de Europese avant-garde. Escudero's Decálogo del buen bailarín flamenco — tien principes voor de flamencodanser — vormt voor Murillo het materiaal voor vernieuwd onderzoek.
Dat past bij zijn bredere artistieke zoektocht. In werken als Flamenco Futuro probeert hij uit wat er gebeurt als de codes van de flamenco worden losgemaakt van hun vertrouwde context. Hoe ver kun je een beweging abstraheren voordat ze opnieuw herkenbaar wordt als flamenco?
Ook PULSE stelt die vraag, maar dan niet theoretisch, wel puur lichamelijk. De dansers testen elkaars grenzen, met een flamencobeweging die vertraagt en uit elkaar valt of ongewoon verandert; met hedendaagse vloeiende gebaren die plots een strict ritmische scherpte krijgen. Het verschil tussen beide danstalen wordt flouer, maar blijft duidelijk zichtbaar.
Ostheimer en Murillo willen hun verschillende danspatronen niet persé in elkaar laten overgaan. Ze zoeken niet naar een compromis waarin flamenco en hedendaagse dans gladjes samenvloeien. Het is juist in de weerbarstigheid dat de voorstelling haar enorme energie vindt: tussen controle en overgave, kracht en zachtheid, discipline en vrijheid. Heel boeiend om naar te kijken.
Het lichaam als resonantieruimte
In hun dialoog speelt ook de omgeving een actieve rol. De houten vloer waarop ze performen is een uitdagende afbakening van de dansoppervlakte. Maar Murillo's laarzen maken van zijn voeten ook een percussie-instrument; elke stap geeft ritme aan. Ostheimers blote voeten brengen een ander soort contact met de vloer: directer, stiller, organischer. De verschillen tussen beide dansers worden zo niet alleen zichtbaar, maar ook hoorbaar.
Daniel Muñoz, beter bekend als Artomático, bouwt rond en met die lichamelijke klanken een elektronische soundscape. Zijn praktijk ligt op het snijvlak van elektronische muziek, flamenco en geluidskunst. In PULSE is geluid de derde tegenspeler. Ritmes stuwen de lichamen voort, vertragen ze of zetten ze onder druk. Klank en beweging werken evengoed op elkaar in.
Het licht, tenslotte, speelt een theatrale rol. Lichtontwerper Barnaby Booth is een vaste en gewaardeerde creatieve partner van de Sita Ostheimer Company. Met zijn verfijnde lichtontwerp creëert hij een intieme, bijna sacrale sfeer in de zaal. Door te werken met scherpe contrasten tussen diepe schaduwen en strak gerichte lichtbundels, snijdt hij de bewegende lichamen los van de donkere achtergrond. Het licht accentueert elke spierspanning, zweetdruppel en subtiele blik. Daardoor wordt de emotionele geladenheid en de ruimtelijke architectuur van de choreografie extra tastbaar.
Aparte signaturen, een verweven creatie
Zo groeit PULSE van een aanvankelijk beheerste ontmoeting naar een intense lichamelijke uitwisseling. De beweging vertrekt niet van buitenaf, maar wordt van binnenuit in het lichaam naar de oppervlakte geduwd - iedere danser vanuit zijn eigen danstaal. Een impuls wordt beweging, beweging wordt ritme, ritme wordt adem, adem wordt uitwisseling. Of juist tegenkracht.
En uiteindelijk leidt het duel toch tot weer een duet. Niet omdat de verschillen verdwijnen, maar omdat de twee dansers de tegenstellingen omzetten in een gedanste dialoog. Murillo brengt de traditie in beweging. Ostheimer voert choreografie terug naar instinct en intense aanwezigheid. Precies vanuit die twee individuele signaturen vertrekt PULSE: met twee dansende lichamen die voortdurend opnieuw beginnen en creëren.
Bio’s
Sita Ostheimer (1980) is een Duitse danser, choreograaf en artistiek leider, gevestigd in Berlijn. Ze werkte onder meer bij MS Schrittmacher en Galili Dance en was van 2008 tot 2018 verbonden aan de Hofesh Shechter Company als danser, workshopdocent en choreografisch assistent. Sinds 2017 leidt ze haar eigen Sita Ostheimer Company. Haar werk is sterk fysiek en sensueel. Ze houdt zich bezig met de relatie tussen instinct, emotie en lichamelijke precisie. Vanuit die praktijk ontwikkelde ze Complex Simplicity, een methode waarin gewicht, impuls, spanning, ontspanning, ritme en aandacht samenkomen. Ook binnen een vastgelegde choreografie zoekt Ostheimer naar een lichaam dat alert en persoonlijk blijft.
Álvaro Murillo (1995) is een Spaanse danser, choreograaf en onderzoeker uit Extremadura. Hij begon op volwassen leeftijd met dans en ontwikkelde zich als danser autodidactisch. Hij combineert flamenco met hedendaagse dans. Zijn artistieke praktijk onderzoekt hoe traditionele flamencocodes kunnen worden opengebroken en opnieuw verbonden met hedendaagse beweging. Werken als El Barbero de Picasso, 8 Km en Mula, Flamencas en Flamenco Futuro tonen die zoektocht. Daarnaast voltooide Murillo aan de Universidad de Extremadura een doctoraatsonderzoek naar beweging en motorische creativiteit. Zijn artistieke en wetenschappelijke praktijk monden uit in een sterke interesse voor het lichaam als plaats van denken, waarnemen en creëren.
Daniel Muñoz, bekend als Artomático, is componist, producer, percussionist en sound artist. Zijn werk beweegt zich tussen elektronische muziek, flamenco en geluidskunst. Vanuit ritme, sampling en elektronische bewerking ontwikkelt hij muzikale werelden waarin akoestische en elektronische klanken op elkaar inspelen. Voor PULSE creëerde hij de muziek en het sounddesign. Geluid is hier een actieve partner van de choreografie: ritme, lichaamsklank, ruimte en elektronische klanken vormen samen een auditieve omgeving die de beweging mee stuurt.
Tekst: Mia Vaerman