Cultuurcentrum Brugge

Le sacre du printemps

Michiel Vandevelde / Theater Neumarkt

Voor ‘Le Sacre du Printemps’ beroept Michiel Vandevelde zich op een choreografie die 110 jaar oud is, maar nog steeds even relevant. De oorspronkelijke opera van Stravinsky en Nijinksy onderzocht in de vroege 20ste eeuw al wat dat is, ‘het lot’. In dans en muziek worden er andere krachten tegenover gesteld: de kracht van een groep, en die van beweging, angst en erotiek. 

 

Voor velen onder ons is 19 mei 1913 een betekenisloze datum uit een ver verleden. Voor Igor Stravinsky daarentegen was het een bijzonder moment. De componist zag er, op de gezegende leeftijd van 30 jaar, zijn muzikale creatie ‘Le Sacre du Printemps’ in première gaan. Ook bij zijn derde samenwerking met de Ballets Russes, had de Russische artiest toen niet kunnen weten dat zijn opera tot op vandaag podia zou veroveren. 

 

Folklore

 

In dans is er vóór ‘Le Sacre du Printemps’, en na. Ballets Russes-oprichter Sergej Diaghilev had de jonge danser Nijinsky gekozen om een choreografie te ontwerpen. Die spinde in lichaamstaal een nostalgisch verhaal, over een folklore-versie van een Rusland dat als het ware buiten en boven de tijd stond. 

 

‘Le Sacre du Printemps’ speelt zich af in een bucolische realiteit. Toch gaven de dansers op het podium niet de verheven, voorzichtige indruk van het klassieke ballet. Hun kledij was scherp gesneden, ze dansten met de voeten plat op het podium. Tel daarbij de gezwollen, aanvallende strijkers in staccato, de lichtvoetige frasen op fluit, en je kan je iets voorstellen bij wat het publiek voelde: desoriëntatie.

 

Lenteritueel

 

Ook inhoudelijk was de voorstelling erg geladen; ze vertrok van het zinnebeeld van een vrouw die zichzelf, in de overgang van winter naar lente, dood danst. In die optiek, is ‘Le Sacre du Printemps’ een uitgebreide studie van een fictief, en toch universeel lenteritueel. De voorstelling toont het gevecht van de mens tegen de tijd, en de offers die we brengen om die te laten verdergaan. 

 

De eerste voorstelling, in Théatre Champs Élysées, lokte luidkeelse protesten uit. Nadat ze echter tijd had gekregen om te garen, veranderde die verontwaardiging langzaam maar zeker in een stilzwijgende appreciatie. 

 

De choreografie werd vervangen door een meer behapbare variant van Léonide Massine en werd wereldwijd zo opgevoerd. Nijinsky’s originele ballet werd mettertijd verloren gewaand, een parel tussen de plooien van de geschiedenis; tot in 1980, wanneer het gereconstrueerd werd door het Joffrey Ballet in Los Angeles. 

 

‘Le Sacre Du Printemps’ had de deur opengezet voor een bizarre, menselijke dans, een avant-garde. 
We kunnen dit zien als de  bevrijding van het ballet uit de hofcultuur: het aardse, bijna dierlijke stuk is daarom ook bemind door creatievelingen. Zo zorgde Pina Bausch in 1975 voor nog zo’n danstheater-aardschok. 

 

Pina

 

De uit Duitsland afkomstige choreografe  zou ‘Le Sacre’, op haar beurt, met hedendaagse beeldtaal invulling geven: de dansers dansten niet enkel met platte voeten, maar blootsvoets, met donkerbruine aarde tussen de tenen. In de voorstelling speelt het naakte lichaam de hoofdrol.  

 

De dansers zijn enkel bedekt door een dunne crêpestof. Ze bewegen schokkend, soms bijna hysterisch, waardoor ze kwetsbaar op het podium staan. Eén danseres heeft een rode jurk aan. Zij is ‘uitverkoren’: ze wordt opgeofferd door het collectief en worstelt doorheen de voorstelling met haar onontkoombare lot. 

 

Zo vertolkt ze het stuk ‘Le Sacre Du Printemps’, vol van spanningen zoals die in een mens. Het stuk herinnert ons aan de fragiele balans tussen dood en leven, en aan alle primitieve krachten die ons te boven gaan. Zijn we er iets tegenover, tegenover dat noodlot van onze eigen sterfelijkheid? En worden we ertegen beschermd door het collectief, of is zij net het hulpje van de dood?

 

Eros en thanatos

 

Nu wordt deze mythische dans opgevat door niemand minder dan Michiel Van De Velde. 
Deze ‘enfant terrible’ van het Vlaamse cultuurlandschap belijdt zijn choreografieën als een kritische praktijk. Hij geeft zelf te kennen dat zijn stukken bewegingen in de maatschappij weergeven, maar dan van iets dichterbij. 

 

Hij maakt gul, warm danstheater, dat de kijker de kans geeft met het vergrootglas te kijken - het is moeilijk, maar nooit dens, zacht, maar nooit lichtzinnig. 

 

Op het podium ontleedt hij op scherpe wijze de verlangens van de kijker. Zo liet hij tijdens zijn ‘Andrade’ een solo-artieste heel traag en aarzelend twerken op een muisstille soundtrack van Adèle. 

 

Voor ‘Dances of Death’ creëerde de maker een hedendaagse dodendans. 

 

Daar werkte hij samen met zeven dansers en een zangeres, in een afscheid aan zijn moeder, die tegelijk ook een ode werd aan het helende, erotische potentieel van dans. 

 

Ook ‘Le Sacre Du Printemps’ bevat een gelijkaardige ambiguïteit. Het stuk is een onderzoek naar de kostprijs van het leven, en het vermogen van overgangsrituelen. Welke krachten tracht de mens te bezweren aan de hand van haar miljoenen rituelen? En hoe efficiënt is zo’n ritueel nu echt?

 

Duet

 

Op uitnodiging van het Zwitserse Theater Neumarkt, reduceert Vandevelde Le Sacre tot één van de oervormen binnen dans: een pas de deux of duet, hier tussen David Attenberger en Brandy Butler. 

 

Net als zijn voorgangers, laat Vandevelde de grandeur van klassieke dans achterwege, en zoekt hij - binnen een opstandige, moderne vorm - naar een taal die kleiner is, bescheidener, en zo ook dichterbij kan komen. 

 

Zo ontstond de voorstelling uit handsignalen en gebaren - tekens waar ook een kind toe in staat is, maar die in Vandevelde’s choreografie tot kunst verworden. 

 

‘Ik gebruik het principe van ‘kannibalisme’, dat ik ontleen aan de Braziliaanse schrijver Oswalde de Andrade. Hij ziet kannibalisme metaforisch, als het opeten van een invasieve of hegemonische cultuur om die vervolgens te verteren en uit te scheiden in een andere vorm.’ 
(Michiel Vandevelde aan Kaaitheater) 
 

Kijktip https://www.youtube.com/watch?v=cUgUmQZaFbU (Andrade - Michiel Vandevelde)

 

In ‘Andrade’ toont het lichaam zich geconditioneerd - het gaat, stilletjes en melancholisch, op zoek naar manieren om een eigen leven te leiden. 

 

https://fresques.ina.fr/en-scenes/fiche-media/Scenes00867/pina-bausch-et-le-sacre-du-printemps-de-stravinsky.html (Pina Bausch & Theater Wuppertal - The Rite Of Spring)

 

Na haar grote doorbraak ‘Café Muller’ creëerde Pina Bausch in 1975 dit pareltje van jewelste, trouw aan de geest van de oorspronkelijke ‘Sacre du Printemps.’ 

 

Luistertip  https://mayanjafallon.com/Soundscape

(Fallon Mayanja - Soundscapes) 

 

All-roundkunstenares Fallon Mayanja gaat op zoek naar beelden voorbij de logica van representatie. Dit doet ze in haar soundscapes, maar ook in haar alternatief op Stravinsky’s ‘The Rite Of Spring’.

 

Bio

 

Michiel Vandevelde begon met dansen bij fABULEUS in Leuven en studeerde af aan de P.A.R.T.S.-school van Anne-Teresa De Keersmaeker. Al op zijn veertiende bracht Vandevelde eigen danscreaties, vaak geïnspireerd door grote, existentiële thema’s, die de kunstenaar dan nieuwsgierig uitpluist. Vaak doet hij dit in gezelschap, zoals dat van Matteo Simoni, Jozef Wouters of zijn broer, Menno Vandevelde. 

 

Van 2017 tot 2021 was hij artist-in-residence in het Kaaitheater, waar hij regelmatig stukken mee produceert. Hij werkte ook met Theater Neumarkt in Zurich, KAAP, Kunstencentrum Vooruit en met De Singel, waar hij sinds het seizoen 2020/2021 artistiek programmator is. 

 

Juliet Hoornaert

 

De programmatekst en inleiding worden verzorgd door het team van De Zendelingen, een productiehuis voor multimediale content over podiumkunsten en een collectief van freelancers die werken rond omkadering.