Cultuurcentrum Brugge

Jasper Rigole

 

“De herkenbaarheid van de beelden is de kern van alles, denk ik.”

 

Wat ik bezit is enkel de representatie van de herinnering. 

Wat de herinnering is, is eigenlijk een sociaal gebeuren.

 

Op weg naar Jasper Rigole in de Jozef Kluyskenslaan in Gent, heeft Waze het over de ‘Groenzones Bijlokesite’. Alsof ik straks niet de stad maar het bos induik. Het Scanlab A2D waar Rigole kantoor houdt, zit diep weggestopt in het Cloquetgebouw. “Kom je naar de eerste verdieping boven het studentencafetaria?”, vraagt zijn bewoner. Op de deur van diens werkruimte prijken de woorden ‘Archival Sensations’. Van een dartele zwerfplek gesproken. ‘Archival Sensations’ slaat op een recent opgerichte groep van gelijkgezinde onderzoekers die werken met archieven of documenten uit het verleden, waaraan ze een nieuwe betekenis willen geven. Hun strijdkreet, uitdagend en plechtig, belooft vuurwerk.

 

Jasper Rigole (°Brugge, 1980) is behalve postdoctoraal audiovisueel onderzoeker en docent film en mediakunst aan de Gentse Koninklijke Academie voor Schone Kunsten (KASK), ook beeldend kunstenaar en filmmaker. Opgeleid als cineast, ontwikkelt Rigole al op jonge leeftijd een grote belangstelling voor het filmarchief, in die mate dat hij al heel lang beelden verzamelt. Zijn verzameling spitst zich toe op de ‘familiefilm’, bij uitstek recreatief, zogezegd banaal, privaat en veelal anoniem. Hij duikelt de stille films - voornamelijk 8mm-films maar in mindere mate ook andere formaten - op tijdens strooptochten in verkoopzalen en op rommel- en vlooienmarkten. Het Vossenplein in Brussel is een belangrijke bron. Rigole schuimt ook het internet af. Hij is vooral geïnteresseerd in 8mm-films, het amateurformaat bij uitstek. Hoogtepunt van deze technologie is de periode 1950-1980. Vooral in de beginjaren is het duur materiaal. “Je moest bovendien over voldoende vrije tijd beschikken om die op film te kunnen vastleggen.” Slechts een bepaalde klasse kan het zich veroorloven. 

 

Wanneer Rigole aankoopt, weet hij niet wat op de filmrolletjes staat. “Het is een kat in een zak. Niet-unieke documenten bewaar ik niet.” Hij noemt het onderwerp van zijn fascinatie verweesde herinneringen: oorspronkelijk persoonlijke souvenirs die, vaak via een triest en eigenzinnig traject, op de markt – en vaak letterlijk op straat - te grabbel zijn gegooid. Verloren. Anoniem. “De herinneringen hebben geen eigenaar meer. Ik probeer me daar een beetje over te ontfermen”, legt Jasper Rigole uit. In de loop der jaren is de verzameling 8mm-filmrolletjes van Rigole geëxplodeerd. De rij archiefkasten van de Bruggeling puilt uit van familiefilms met beelden van verjaardagsfeestjes, kerstfeesten, egg hunts, dinner parties, geboortes, doopsels, vormsels, eerste stapjes, spelende kinderen, uitstapjes, boottochtjes en strandtaferelen (noem maar op), in regel van Belgische origine. Het is een gigantische verzameling vrijetijdsbeelden, een juwelenkist en een schatkamer, commercieel van generlei waarde maar volstrekt uniek, waarvan Rigole de sleutel bezit. Nergens anders in Vlaanderen verzamelt een instantie dergelijke materialen. Jasper Rigole is een eenzame jutter van rondzwervend en afgedankt filmisch erfgoed. 

 

Het archief van Rigole is het grootste in zijn soort in België en staat online als IICADOM. De onderzoeker-kunstenaar, allesbehalve ik-zuchtig, wil hergebruik van de bewaarde beelden voor collega-kunstenaars, onderzoekers en geïnteresseerden faciliteren. In zijn parallelle kunstpraktijk creëert hij oorspronkelijk werk waarvoor hij uit zijn verzameling put. We spreken dan van installaties, mediakunst en films.

Rigole benadrukt heel respectvol met de verzamelde filmdocumenten om te gaan. Het is de facto materiaal bedoeld voor privaat gebruik. “Het is voornamelijk geanonimiseerd. Ik probeer ook niet achter de origine aan te gaan. Het auteurschap is een moeilijk maar interessant vraagstuk. Deontologisch soms een issue, maar dat gegeven thematiseer ik dan weer in mijn kunst.”

 

Of hij dan een verdekte bibliothecaris is, wil ik graag weten. “Ja, absoluut. Het grote probleem is dat ik auteursrechtelijk de rechten op de beelden niet bezit. Om die reden staan zovele instanties weigerachtig ten opzichte van dergelijke documenten. Het Huis van Alijn bijvoorbeeld, waarmee ik samenwerkte, kan zonder toestemming van de filmpersonages geen distributie organiseren. De figuren op de beelden zouden daarvoor afstand van rechten moeten kunnen doen.”

 

Het Internationaal Instituut voor de Conservering, Archivering en Verspreiding van Andermans Herinneringen

 

Jasper Rigole noemt zichzelf het Internationaal Instituut voor de Conservering, Archivering en Verspreiding van Andermans Herinneringen, een bewust complexe en hoogdravende benaming die het ludieke karakter van zijn project onderstreept. Onderhuids bevat de nomenclatuur kritiek op het logge en administratieve karakter van het instituut ‘archief’. “Ik vond het wel grappig om een majestueus meervoud te gebruiken om mezelf als een kerk in de wereld te zetten”, zegt Rigole lachend. “Ondertussen is mijn archief gegroeid en werd het een referentie. De verantwoordelijkheid wordt daarmee anders. Het is een interessante verschuiving.”

 

Rigole bezit een fascinatie voor het dagelijkse leven, het alledaagse, de gewone mens. Hem interesseert minder de ‘amateurfilm’, in zijn woorden vaak “reportage-achtig of documentair, een poging om cinema te spelen en in clubverband georganiseerd.” Wat hem uitdaagt in de ‘familiefilm’, is de betekenis van het private, het persoonlijke, het recreatieve. Rigole heeft het over waarde als een ritualistisch gegeven. In regel worden de onderwerpen of situaties te banaal geacht om deel uit te maken van de ‘Geschiedenis met een hoofdletter’. Opnames van huwelijken, processies, Sinterklaas, schranspartijen en verjaardagsfeestjes, zondagse uitjes, reizen naar het buitenland, sneeuwpret en wintersport ... gaan zo na verloop van tijd onherroepelijk de vuilbak en de vergetelheid in.

 

Rigole is een taxonoom. Hij heeft zijn uit de hand gelopen archief - uiteraard -  gecatalogiseerd. Zijn systematiek volgt nochtans niet de klassieke wetenschappelijke logica van de visueel antropoloog of de cultuurhistoricus. Zijn inventaris en handleiding zijn bewust onwetenschappelijk , ironisch en eigengereid – “om vrij te blijven en te kunnen spelen zonder mijzelf vast te rijden”. Rigole permitteert zich de artistieke vrijheid.  

Hij heeft in zijn verzameling - voor zichzelf maar ook voor ons - een typologie aangebracht, via de oplijsting van stereotype thema’s, die Rigole archetypes noemt. Het zijn inhoudelijke of vormelijke ‘kapstokken’, georganiseerd als richtingswijzers met een oriënterend vermogen. 

 

Met zijn speelse opzet en luchtigheid herinnert het Internationaal Instituut voor de Conservering, Archivering en Verspreiding van Andermans Herinneringen van Jasper Rigole aan de Belgische dichter, filmmaker en kunstenaar Marcel Broodthaers, die hoofdzakelijk met gevonden materialen, tekst en collage werkte, en wiens Musée d’Art Moderne. Département des Aigles - een onvergetelijk vrai-faux musée en een institution de l’absurde - van hem een wereldster maakte. Of aan kunstenaar Johan Van Geluwe, zelfverklaard conservator van het Museum of Museums (M.O.M.). Zelf bekent Rigole telkens opnieuw terug te grijpen naar de teksten van de Argentijnse auteur Jorge Luis Borges, waar thema’s als classificatie, bibliotheek, archief en herinnering het mooie weer maken.

Ik bekijk de beelden ook in de tegenwoordige tijd – Jasper Rigole

 

In de Poortersloge aan het Jan Van Eyckplein toont Jasper Rigole twee nieuwe werken: Palimpsest (2024) en Luxembourg (2024). 

 

Met zijn foto-installatie Palimpsest heeft de kunstenaar een hemelgewelf boven ons opgetrokken - een groot environment. Het bestaat uit een overvloed aan foto’s opgehangen aan menig koord. Rigole heeft voor dit werk maar liefst 2500 foto’s uit zijn foto-archief (nog een archief!) gewist of gebleacht – niet met Brugs reiwater maar met javel, een onomkeerbare operatie en een weinig aangenaam en langdurig proces. De foto’s van verschillende formaten zijn overduidelijk ‘van gisteren’. De oudste hebben nog gekartelde randen. Het gros stamt uit de periode 1920-1960. “Alle beeld is verdwenen. Het vergeten is permanent”, zegt Rigole. “Mooi is dat er vaak tekst op de foto’s staat, meestal aan de achterzijde. Die informatie heb ik behouden. Je komt erdoor oog in oog te staan met een gedachtensliert en een individu. Vaak is er niets meer dan een datum. Wat mij interesseert in het werk is het proces van het vervagen en het vergeten, meer dan het opschrift zelf. Palimpsest zet op scherp wat er gebeurt met private en familiale documenten. Eenmaal de emotionele of souvenir-waarde is verdwenen, is om het even welke waarde zoek. Niemand kijkt nog naar de spullen om. Palimpsest is hiervan een symbool en een metafoor.” Rigole hoopt sterk dat zijn foto-installatie een ervaring genereert. Dat je als kijker mentaal zijn zwevend labyrinth binnengaat. Dat je in de gewiste foto kruipt. Dat Palimpsest voor jou een projectievlak wordt, waarop je je eigen beelden projecteert - jouw dromen, verhalen, verleden en familieherinneringen. Dat zijn wolk van verweesde herinneringen aanzet tot reflectie over het geheugen en over ‘wat dat doet’. “Herinneren we ons iets omdat we het op foto hebben vastgelegd, of werkt het omgekeerd? Souvenirs zijn een ersatzgeheugen.” 

 

Ook de film Luxembourg (2024, 10’, kleur) is, hoe kan het anders, gebaseerd op gevonden materiaal - found footage. LUXEMBOURG is een van de archetypes die Rigole hanteert om zijn archief te arrangeren. Vandaag bevat het lemma 202 filmfragmenten, in de categorieën FAMILY (1,65%), TRAVEL (97,35%), ATTRACTION (0,65%) en EXPERIMENT (0,35%). Het is het perfecte voorbeeld van een lichtzinnige en ironische categorie: de Provincie of het Groothertogdom Luxemburg hebben er vrijwel niets mee te maken. LUXEMBOURG is de benaming voor een vormelijk archetype waarbij mensen proberen vanaf een bepaalde hoogte het landschap te vatten in een beeld, met een camera die de facto ontoereikend is. “Toch is de 8mm-film niet in staat om de weidsheid van het landschap vast te leggen”, legt Rigole uit. “Dit type camera bezit een lange lens en dient voor het van dichtbij filmen van menselijke figuren en ander ‘leven’ in het algemeen. De specialiteit van de 8mm-film is de close-up. De landschappelijke beelden in LUXEMBOURG zijn om die reden totaal desoriënterend. De mannen en vrouwen die de camera bedienen en het landschap filmen, draaien als een gek in het rond. Je wordt redelijk zeeziek bij het bekijken van de beelden.” 

 

De film Luxembourg bestaat uit samengestelde beelden, opgebouwd uit verschillende fragmenten van hetzelfde shot. Het zijn kunstmatige breedbeelden (Cinemascope), ontwikkeld vanuit de piepkleine, vierkante (4-3) frames van de oorspronkelijke bronnen, in casu de 8mm-films. Rigole traceerde met andere woorden de volledige beweging van de 8mm-camera, om deze finaal te bevriezen (freeze). “Het werk is daarmee een soort dwarsdoorsnede van de tijd”, verduidelijkt hij. “Als je goed kijkt, zie je dat er iets niet klopt. Dat merk je ook aan de textuur van het beeld.”

 

In de film Luxembourg gebruikt Jasper Rigole voor het eerst zwaar gemanipuleerde beelden. Dat is een kentering in zijn werk. “Ik ben recent tot het inzicht gekomen”, zegt Rigole, “dat we dankzij digitale technologie en dankzij de hoge resolutiebeelden die we met de nieuwste scanners kunnen maken, in staat zijn om tientallen jaren oude filmdocumenten te manipuleren. We kunnen ze vandaag bekijken in een context en op een manier die volstrekt nieuw is. Ik bekijk de beelden in de tegenwoordige tijd. Ik zie meer detail dan op de 8mm filmrol. Ik kan tot op de korrel inzoomen. Ik kan het beeld stil zetten. Ik kan - stel je voor - op groot scherm projecteren. De 8mm-film (de zogenaamde small film) wordt cinema. Ik kan naar een beeld kijken en ervan uitgaan dat de kwaliteit beter is dan toen het werd gemaakt. De manipulatie is daarmee ook een soort decontextualisering.”

 

De bronnen van de film Luxembourg zijn opnames uit familiefilms met beelden van landschappen. Het gaat in de praktijk om zeven als LUXEMBOURG gearchetypeerde films. Voor het openingsbeeld van de film greep Rigole terug naar een van de allereerste films die hij in het archetype LUXEMBOURG onderbracht: een 8mm-filmpje gelabeld ‘Luxembourg’. Rigole koos voor glooiende landschappen die hij zichzelf herinnert van vakanties en die vertrouwd aanvoelen. “De herkenbaarheid van de beelden is de kern van alles … denk ik”, speculeert hij. Beide werken in de tentoonstelling Het geheugen van het gebouw liggen in het verlengde van het oog van iemand die naar een landschap kijkt - een ‘wolk’ van verweesde herinneringen in Palimpsest, een treffend landschap in Luxemburg

 

De beelden in Luxembourg zijn traag en staan in schril contrast met de snelheid waarmee op sociale media digitale beelden ons overkomen, minuut na minuut. Ze maken een andere ervaring los. “Het grote verschil tussen familiebeelden en beelden op Instagram of Facebook is dat familiebeelden gemaakt zijn voor de familiale kring en, bij uitbreiding, voor vrienden of kennissen. Wat ze zo persoonlijk maakt, is dat er vaak een relatie is tussen degene die de beelden filmt en het onderwerp. Mensen reageren vaak op de camera. Ze spreken soms, maar we verstaan ze niet want er is geen klank.” 

 

“Bij Instagram en Facebook kijkt de hele wereld over onze schouder mee. De hang om geliket en gevolgd te worden is ontzettend groot. Het dwingt mensen in soms totaal absurde situaties. Dat was vroeger niet het geval. Voorts zijn de snelheid en de veelheid aan beelden vandaag veel groter. Tegelijk is wat we vandaag doen op Facebook en Instagram precies hetzelfde als wat voor ons de familiefilmer deed in de familiefilm. Mijn werk met archetypen laat zien dat er niets veranderd is. Alle thema’s en archetypes die we nu kennen, waren er vroeger ook. Er zitten zelfs selfies in mijn archief, wanneer de 8mm-camera op een statief wordt gezet en de filmende vader of moeder, dat gebeurt minder vaak (lacht) plots in beeld komt. De beeldtaal is dezelfde, zovele malen meer universeel dan ik ooit had kunnen bedenken. Nihil novi sub sole. Ook ik heb de eerste stapjes van mijn kindje gefilmd. De idee om alleen het leuke leven te posten, je beter voor te doen dan je in werkelijkheid bent … het komt allemaal terug. Niemand filmt zijn slechte kantjes of legt op film de ruzies binnen het gezin bloot. We zijn in die zin allemaal een beetje schuldig aan het construeren van onze eigen geschiedenis. In alle beelden, oud of nieuw, traag of snel, zit heel veel wat je niet weet. Er is massaal veel ruimte voor speculatie. Dat is fascinerend.”  

 

Het is lente in de Poortersloge

 

Een van de grote thema’s in het werk van Jasper Rigole is onmiskenbaar de vergankelijkheid. “De wetenschap dat al die mensen in beeld er niet meer zijn, is latent voortdurend aanwezig. Soms is de filmrol ook letterlijk vergaan en is de pellicule een droge schil. Als je bedenkt hoe je bijwijlen aan die filmrolletjes kwam, krimpt je hart ineen. Dan word je echt niet blij. Scharrelend tussen dagboeken, rondslingerende onbetaalde facturen, stinkend textiel en suikerpotten met de suiker er nog in … De wreedheid van de situatie is soms zonder meer weerzinwekkend, schrijnend. Het spook van de dood waart dan rond op het Vossenplein. Tegelijk, als ik thuiskom en de aangekochte filmbeelden bekijk, zie ik die mensen in de fleur van hun leven, op hun mooiste momenten: pasgeborenen, de zon schijnt … Morbide zijn de beelden nooit.” In het werk Palimpsest, wat verwijst naar ‘een hergebruikt stuk perkament waarvan de oorspronkelijke tekst is weggekrabd’, priemt nieuw leven via de ijle (en nauwelijks zichtbare) handgeschreven notities door het fotopapier. Het met bleekwater gewiste blad is tegelijk een tabula rasa en een nieuw begin. Het is lente in de Poortersloge. Het geheugen van het gebouw slaat aan. 

 

In tegenstelling tot de overgrote meerderheid van de situaties waarbij kunstenaars met found footage werken-– men denke bijvoorbeeld aan de foto-installaties van de Fransman Christian Boltanski - is bij de ontmoeting van de kijker met de beelden van Jasper Rigole de reactie er niet een van verdriet. Kijkend naar de beelden van Rigole worden mensen blij omdat herinneringen gekoesterd en hervonden worden. Voor de kunstenaar is dit het mooiste en meest dierbare compliment. Jasper Rigole is een caretaker die in stilte de kaart van het leven trekt. Rigole omarmt in zijn kunst- en archiefpraktijk andermans souvenirs en familiale herinneringen. Zijn artistieke onderneming is een toonbeeld van affectie - liefdevolle aandacht, inclusie en zorg, zelfs tederheid. Of hoe in de tentoonstelling Het geheugen als gebouw behalve Ria Verhaeghe ook hij, op zijn heel eigen manier, een dreamcatcher is die gelooft in de herstellende kracht van kunst.

 

Barbara De Coninck, Antwerpen, 26.03.2024

Jasper Rigole

 

“The recognisability of these images is everything.”

 

I just own the physical representation of the memory. 

Because in essence, a memory is a social occurrence.

 

On my way to visit Jasper Rigole in the Jozef Kluyskenslaan in Ghent, my GPS directs me towards ‘De Bijloke green zones’ – as if I’m heading into the forest rather than the city. Rigole’s office is located at Scanlab A2D, deep in the bowels of the Cloquet building. “You can just make your way to the first floor, above the student canteen,” he suggests. The door of his studio is adorned with the words ‘Archival Sensations’. It sounds like a frisky ‘wanderspace’ [zwerfruimte]. Archival Sensations, which was founded only recently, is a group of likeminded researchers who all seek to give new meaning to archives or old documents. Their defiant yet solemn battle cry promises fireworks.

 

Jasper Rigole (b. 1980, Bruges) is pursuing a postdoctorate in audiovisual research while teaching film and media at the Ghent Royal Academy of Fine Arts (KASK). He is also a visual artist, filmmaker, and trained cineaste. Rigole became interested in old film at a young age: he’s been collecting footage for years, especially ‘family film’. This kind of footage tends to be recreational (many would say: mundane), private, and anonymous. Rigole gets his hands on these silent films by attending auctions and combing through jumble sales and flea markets. Brussels’ Vossenplein square is a hotspot of new finds for him, but he also regularly unearths gems on the internet. His main passion is 8mm film, although he’ll also purchase other formats. The ultimate amateur film format, 8mm had its heyday from the 1950s to the 1980s. In its early days, the film was anything but cheap. “Spare time was a prerequisite for actually having any moments worth filming,” Rigole adds. Shooting 8mm film was something only the select few could afford. 

 

Rigole never knows in advance what the reels he purchases will contain. “I go in blind, really. If it turns out something’s not that special, I just throw it away.” He calls his passion ‘orphaned memories’: mementos that start out as something personal, but that then embark on a remarkable and often rather sad journey before ending up on the market (often quite literally, at fleamarkets). Up for grabs, lost and anonymous. “I sort of adopt these parentless memories, as it were,” Rigole smiles. Over the years, his 8mm collection has exploded. The Bruges-born artist’s filing cabinets are now overflowing with family films of birthday parties, Christmases, Easter egg hunts, dinner parties, births, christenings, confirmations, first steps, children at play, outings, boating trips, and days at the beach, among many other snapshots of life. Most were filmed in Belgium. It is a sprawling collection of amateur footage, of zero commercial value yet utterly unique: a jewellery box and treasure trove to which Rigole holds the key. A lonesome beachcomber, Rigole is ever on the lookout for washed-up and unwanted cinematic flotsam. No one else in Flanders systematically collects this sort of material, and his archive (which is available online as ‘IICADOM’) is the largest of its kind in Belgium.  Rigole’s intentions are anything but selfish: he wants to help fellow artists, researchers, and other interested parties reuse the footage he so carefully conserves. When he’s not out hunting for gold, Rigole turns his finds into original artworks: installations, media art, and films. The collector stresses that he treats family film footage, which was always intended for private use, with the utmost respect. “Most of it is quite anonymous and I don’t really try to find out where it came from either. The footage’s authorship is a tricky but interesting dilemma. Deontologically, it can be an issue, which is a quandary that I explore in my own art.”

 

Is he a covert librarian then? I ask. “Oh, definitely. The main problem is that I don’t own the rights to these images. That is why so many actors are hesitant to work with footage like this. Ghent’s Museum of Daily Life [Huis van Alijn], for example, which I’ve actually worked with, can’t show any footage without the express permission of the people featured in it, who then have to relinquish their rights.”

 

The International Institute for the Conservation, Archiving, and Distribution of Other People’s Memories

 

Rigole is the mastermind behind ‘The International Institute for the Conservation, Archiving, and Distribution of Other People’s Memories’ or IICADOM, which was founded in 2005. He opted for an intentionally grandiloquent and pompous name, to emphasise the slightly silly nature of the project. The nomenclature can also be read as a critique of the cumbersome and administrative nature of institutional ‘archiving’. “I rather liked the idea of using the majestic plural and crowning myself head of a church, as it were,” Rigole chuckles. “In the meantime, my archive has kept expanding and become a benchmark. I now shoulder a different kind of responsibility, which has been an interesting shift.”

 

Rigole is fascinated by daily life, the banal, and ordinary people. ‘Amateur filmmaking’ is of less interest to him: he often finds it “reportage-like or documentary, a kind of collectively organised ‘pretend cinema’”. The thing that excites him when it comes to family film is trying to define the meaning of the private, personal, and recreation. For Rigole, the value of this kind of footage lies in its ritualistic nature. Family film’s subjects and situations tend to be considered too ordinary to be part of History with a capital H. Recordings of weddings, religious processions, St Nicholas Day, feasts, birthday parties, Sunday outings, trips abroad, afternoons cavorting in the snow or engaging in winter sports, ... Eventually, it’s all irrevocably binned into oblivion.

 

Rigole is a taxonomist, so of course he has catalogued his archive (although it has gotten completely out of hand). His system doesn’t adhere to the classic scientific logic of visual anthropologists or cultural historians, though. Instead, his inventory and accompanying manual are deliberately unscientific, ironic, and quirky: “I don’t want to lose my freedom. I want to be able to keep toying around, without backing myself into a corner”. Rigole grants himself artistic freedom, in other words. He has applied a certain typology to his collection, for his own sake as well as ours, applying stereotypical themes he calls ‘archetypes’ to it. These serve as coat hangers for content and form, signposts to help visitors orient themselves. 

 

Playful and light-hearted, Rigole’s International Institute for the Conservation, Archiving, and Distribution of Other People’s Memories reminds one of Belgian poet, filmmaker and artist Marcel Broodthaers, who worked mainly with found materials, text, and collage, and who rose to global fame with his Musée d’Art Moderne – Département des Aigles, an unforgettable vrai-faux musée and institution de l’absurde. It also calls to mind Johan Van Geluwe, self-proclaimed curator of the Museum of Museums (MoM). Rigole himself keeps returning to the writings of Argentinian author Jorge Luis Borges, who so successfully explored concepts like classification, libraries, archiving, and memory.

 

 I look at these images in the present tense – Jasper Rigole

 

Rigole currently has two new works on display, at the Burghers’ Lodge on Bruges’s Jan van Eyckplein: Palimpsest (2024) and Luxembourg (2024). 

 

For his photo installation Palimpsest, the artist created a firmament along the ceiling, an all-encompassing environment made up of innumerable photos suspended from multiple threads. Rigole erased or ‘washed away’ no less than 2,500 pictures from his photo archive (yes, another archive!) for the project. It would’ve been charming if he could have done so using water from the city’s many canals, but instead, Rigole was forced to use bleach. The operation was irreversible and required rather unpleasant, time-consuming work. The project’s variably sized pictures are obviously from yesteryear: the oldest still have scalloped edges. Most, however, were taken some time between the 1920s and 1960s. “Everything they depicted has disappeared. The forgetting has become permanent,” Rigole explains. “Many of the pictures featured writing, although usually on the reverse. I kind of liked that, so I decided to preserve those scribbles. They bring visitors eye to eye with the train of thought of someone from the past. Often, there’s nothing but a date. What I’m interested in is the actual process of fading and forgetting, rather than the inscription itself. Palimpsest highlights what tends to happen to families’ private records: once their sentimental or souvenir value has disappeared, they’re suddenly devoid of value. No one then spares them a glance. Palimpsest is both a symbol of that process and a metaphor for it.” More than anything, Rigole hopes his installation will generate experiences. He wants visitors to mentally enter the floating labyrinth and walk through the worlds of the erased photos. Palimpsest then becomes a surface onto which we can project our own images—our dreams, stories, past, and family memories. His cloud of orphaned memories can make us reflect on the concept of memory, and how it operates. “Do we remember something because there’s a photo of it, or is it the other way round? Souvenirs are a kind of substitute memory.” 

 

Rigole’s film Luxembourg (10’, colour) too is based on found materials (what else!). In this case, the collector worked with found footage. ‘LUXEMBOURG’ refers to one of the archetypes Rigole uses to manage his archive. At the moment, the lemma encompasses 202 film fragments, categorised under ‘FAMILY’ (1.65%), ‘TRAVEL’ (97.35%), ‘ATTRACTION’ (0.65%) and ‘EXPERIMENT’ (0.35%). ‘LUXEMBOURG’ is the perfect example of a tongue-in-cheek, ironic category: neither the Belgian province nor the Grand Duchy of Luxembourg actually have anything to do with it. Instead, Rigole’s archetype refers to footage of people’s doomed attempts to panoramically film the landscape, with a camera that technically isn’t up to the task. “8mm film just isn’t suited to capturing vast landscapes,” Rigole explains. “That’s because this kind of camera comes with a long lens, made for filming humans and other life forms up close. Taking close-ups is the whole purpose of 8mm film. That’s why the films in the ‘LUXEMBOURG’ category feel weirdly disorienting. People try to film the world around them, but they’re forced to keep turning around and around. Watching the result is enough to make anyone feel seasick.” 

 

Rigole’s Luxembourg consists of stitched-together footage, compiled of multiple fragments from one and the same shot. The artist has turned the tiny, square (4-3) frames of the original 8mm footage into artificial widescreen shots (Cinemascope). The full movement of the camera is traced but then frozen, in other words. “The result is a kind of cross-section of time,” Rigole clarifies. “When you pay close attention, you see something’s not quite right. The texture of the film is another giveaway.”

 

Rigole heavily manipulated the footage to create the film – the first time he has ever done so. This makes Luxembourg a turning point in his oeuvre. “I recently realised that we’re now actually able to manipulate footage taken decades ago, thanks to today’s digital technology and the high-res images that modern scanners can create,” he says. “These days, we can watch old footage in an entirely new context, in a way we were never able to before. I look at these images in the present tense. I see more details than the original 8mm film captured, can zoom in on the tiniest pixel or freeze the image. I can even project the result on a massive screen. Just imagine! So-called ‘small film’ has become cinema. When I look at these images now, I know they’re of higher quality than when they were first filmed. In that sense, the manipulation is also a kind of decontextualisation.”

 

Luxembourg is made up of landscape footage from seven family films Rigole had filed under ‘LUXEMBOURG’. The opening scene comes from one of the first films Rigole ever categorised as such: an 8mm film labelled as ‘Luxembourg’ by the original filmmaker. Rigole decided to focus on the familiar kind of rolling landscapes that remind him of holidays from his own childhood. “The recognisability of these images is everything,” he muses. Both of his works in the Burghers’ Lodge exhibition Memory as a Building depict what the eye sees when gazing at a landscape: a cloud of orphaned memories in Palimpsest, a striking vista in Luxembourg

 

Luxembourg is a slow film. It contrasts starkly with the speed at which digital images are fired at us on social media these days, minute after minute. Watching Luxembourg is a different kind of experience. “The major difference between old family films and contemporary videos on Instagram or Facebook is that the former were made just for one’s immediate family and perhaps a handful of friends and acquaintances. There’s often a relationship between the filmmaker and the subject they’re filming, which makes the footage very personal. People often react to the presence of the camera, maybe saying something. We can never hear their words, though, because there’s no sound.”

 

“On social media, on the other hand, the entire world is looking over your shoulder. There’s this immense pressure to gets lots of likes and subscribers. People end up staging situations that are utterly absurd, which never used to be the case. These days, the speed and sheer volume of videos is also much greater. At the same time, social media content these days still serves the exact same purpose as amateur film back in the day. My archetypes illustrate that nothing has changed: all of the themes we’re familiar with today already existed back then. My archive even contains selfies! An 8mm camera would sometimes be put on a tripod, allowing dad or, less frequently so (laughs), mum to appear in the picture. The imagery remains the same. It’s infinitely more universal than I could ever have imagined. Nihil novi sub sole. I too filmed my toddler’s first steps. This urge to only post about the exciting parts of life, to portray yourself more glamorously than you really are... It’s all been done before. No one films their bad sides, or zooms in on fights around the dinner table. In that sense, we’re all guilty of fabricating our own history. Footage—whether old or new, slow or fast—reveals a lot we’re unaware of. There’s infinite room for speculation, which is fascinating.”  

 

Spring at the Burghers’ Lodge

 

Rigole clearly likes to explore the theme of impermanence in his work. “It’s impossible not to be aware of the fact that all these people in these films are no longer around. Sometimes, the reel itself has actually disintegrated, the celluloid now nothing but a dry husk. When I think about how and where I came across those reels, my heart suddenly feels heavy. It’s sad: rifling through somebody’s belongings, their old diaries, an unpaid invoice stuck between the pages somewhere, mouldy textiles, granules of sugar still clinging to the inside of the sugar bowl... The sheer mercilessness of those situations can be awful, devastating. In those moments, you can almost see the Grim Reaper haunting Vossenplein square. But when I then get home and watch the footage I’ve just bought, I get to see these people in their prime, on the happiest days of their lives: holding a newborn in their arms, the sun shining down on them. The footage itself is never morbid.”

 

Rigole’s installation Palimpsest is named after the word for a scrap of parchment whose original text was erased to make room for new writing. In Rigole’s project, faint scribbles are still visible through the photopaper, a tenuous sign of new life. Pictures erased with bleach, the paper becomes both a tabula rasa and a new beginning. Spring has arrived at the Burghers’ Lodge. The building’s memory starts to remember. 

 

Wir wünschen dir ein recht schönes Nikolausfest. Unkel Edmund und Tante Lilly und ein Küss von Willy. Einen lieben Gruss an Mama + Pappa

 

Tapis de Fleurs. Grand’Place Bruxelles mai 1976

 

19A/Les bons copains se retrouvent. Harry Show – Andre De Couss(onleesbaar) – et Joan Show. Journée du Souvenir à Koksijde le 26/05/01

 

1938 Brugge – Ingang Bibliotheek (Van Eyckplaats)

 

Dat is op ons land die (onleesbaar) een klein wacht huisje 1/1/52

 

’t Verleden leeft in ons 

’t Heden hoopt op ons 

De toekomst straalt voor ons 

God zij met ons

 

Heer en Mevrouw dat is ons appartement wij bewonen het onderste

 

29 mei 1955 abdij Maria Laach in het Eiffelgebergte

 

Lac de Braies (Dolomites) 1500 m

 

1 bis/A l’instruction au CIBI de Louvain. Milicien 47-48

 

Verviers le 26-3-25 Le petit Vital âgé de 8 mois et 12 jours

 

Pour nos papa et maman chéris. Souvenir de Marseille. Andrée et Laurent

 

Weinachten 1955. Von euren Tino zum andenken

 

1938 Venezia Palazzo Ducale

 

In dankbare herinnering aan mijn vormselpeter 11-6-’68 De Gruytere Hendrik

 

PHOTOS BY TEIRBROOD CYRILLE PHONE 03/219.02.69 ANTWERP

 

Contrary to the vast majority of found-footage art – think of the French artist Christian Boltanski’s photo installations – Jasper Rigole’s images don’t necessarily invoke sadness. Instead, they often make you feel glad: forgotten memories have been unearthed and can now be cherished again. That joy is perhaps the most touching, sincere compliment an artist could ever receive. Rigole is a caretaker who silently draws the card of life. His entire endeavour is the epitome of affection: loving attention, inclusion, and care, even tenderness. In Memory as a Building, he is also a dreamcatcher, in his own unique way. As is one of the exhibition’s other contributors, Ria Verhaeghe. Both believe in the healing power of art.

 

Barbara De Coninck, Antwerp, 26.03.2024