Cultuurcentrum Brugge

Anna Vercammen 
theatermaker - actrice


“Ik hou van de vrijheid binnen duidelijk afgebakende grenzen”


Ik voel me vaak aangetrokken tot een bepaalde thematiek waarrond ik begin te werken. Het startpunt is voor mij niet: ik ga iets maken voor kinderen. Het begint met een thema, een gedachte, waar ik een publiek van een bepaalde leeftijd aan koppel. Doordat ik zelf heel graag met fantasie aan de slag ga en een grote voorliefde heb voor sprookjes en mythologie, wordt de wereld die ik schep heel toegankelijk voor het jonge publiek.

Acteren is voor mij vrijheid binnen de duidelijk afgebakende grenzen. Het klinkt misschien als een paradox, maar het is een paradox die klopt, waar ik van houd. Je bent als acteur ontzettend vrij om je personage elke keer anders neer te zetten. Je krijgt een uur, of anderhalf uur, en mag voluit gaan in het moment. Binnen de regels die zijn uitgezet, mag je letterlijk spelen: dat vind ik fantastisch.


Brugge


Ik kom uit regio Antwerpen, meer bepaald uit Rumst, maar Brugge is voor mij één van mijn thuishavens. De stad is bovenal gelinkt aan mijn vrienden: heel wat van de mensen uit de middelbare school zijn hier blijven hangen of naar hier teruggekeerd. De stap van Rumst naar Brugge was voor mij wel degelijk de sprong naar ‘het stedelijke’, ook al woonden we in de deelgemeente Sint-Andries en niet in het hart van de stad. Schamper doen over een oubollige of saaie stad is niet aan mij besteed. Ik hoor het weleens waaien: ‘Ah, gaat ge terug naar Brugge? Op pensioen misschien?’, maar dat is plagerig bedoeld. Mijn link met de stad is absoluut warm en positief. 

Ik ga hier bijzonder graag wandelen en ik heb op tal van Brugse locaties ook superfijne jeugdherinneringen. De Kolenkaai heeft nog steeds iets speciaals. Ik heb er een jaar op een woonboot gewoond. Als ik in Brugge ben, ga ik geregeld terug naar die kaai, heerlijk herinneringen ophalen.

Ik hou van de vrijheid binnen duidelijk afgebakende grenzen 

 

De creatieve interesse in taal had ik als kind al. Ik speelde mee in het schooltoneel van het atheneum van de middenschool, stond op de planken bij vzw Aladdin. Bijna aan alles wat er in Brugge bestond op het vlak van theater, heb ik deelgenomen. Op mijn achttiende ben ik uiteindelijk aan het RITCS in Brussel gaan studeren, van daaruit is het allemaal blijven groeien.

 

Jouw literaire debuut ‘De koningin in verdwenen’ was een sprookje op maat van kinderen. Is dat de doelgroep waarvoor je het liefst werkt? 

Daar draait het vaak op uit, maar eigenlijk begin ik nooit met die doelgroep in het achterhoofd. Ik denk dat ik me gewoon aangetrokken voel tot een bepaalde thematiek, waarrond ik dan begin te werken. Zo is er uit ‘De koningin is verdwenen’ een theatervoorstelling gegroeid. Zelf kneed ik elementen tot een verhaal dat rijp is en toegankelijk voor kinderen. Het begint met een thema, een gedachte, waar ik een publiek van een bepaalde leeftijd aan koppel. Doordat ik zelf heel graag met fantasie aan de slag ga en een grote voorliefde heb voor sprookjes en mythologie, wordt de wereld die ik schep heel toegankelijk voor het jonge publiek. 

 

Is die grenzeloze fantasie de bron van alles voor jou? 

Eigenlijk wel. Niet dat ik aldoor schrijf of voortdurend ingevingen heb, het gaat eerder in fases. Er zijn periodes dat ik meer op het podium sta of met collega’s aan de slag ben. Op andere momenten word ik weer getriggerd door zaken in de actualiteit. Door dingen die me aantrekken, die blijven plakken, die me bezighouden. Die ga ik onderzoeken en daar begint het schrijfproces. Dat gaat meestal gepaard met veel lezen en me compleet verdiepen in de materie. 

 

Jij speelt theater bij De Kopergietery, waar die schrijfsels een podiumversie krijgen. Wat vind je het fijnst aan theater maken en spelen? 

De vrijheid binnen de duidelijk afgebakende grenzen. Het klinkt misschien als een paradox, maar het is een paradox die klopt. Je bent als acteur ontzettend vrij om je personage elke keer anders neer te zetten. Je krijgt een uur, of anderhalf uur, en mag voluit gaan in het moment. Binnen de regels die zijn uitgezet, mag je letterlijk spelen. Dat vind ik fantastisch. 

 

Heeft Anna Vercammen al eens last van plankenkoorts? 

Goh, ik heb in deze fase van mijn carrière nog zelden last van zenuwen. Pas op, ik zeg niet: nooit. Af en toe, vlak voor een première of bij een stuk met een erg persoonlijke insteek, dan wil het wel even lastig zijn. Maar dat gevoel komt eerder plots op. Het kan net zo goed gebeuren bij een tiende voorstelling, wanneer ik weet dat er veel vrienden in de zaal zitten. Dan is de stress daar. Toch is het eerder uitzondering dan regel. 

 

Nochtans etaleer je op het podium altijd een stukje kwetsbaarheid. Schrikt je dat niet af? 

Het hoort erbij. Ik stond er in de begindagen van mijn acteerwerk wel anders tegenover: toen speelde plankenkoorts mij veel meer parten. Ik zal eerlijk zijn: ik mis die prikkel soms. Het is een vorm van stress die je alert houdt, die adrenaline doet opborrelen. Het is echt goed om dat af en toe eens te voelen als actrice. 

 

Is er een speelstijl van grote acteurs, actrices die jou inspireert? Die je triggert om dezelfde richting uit te gaan? 

Da’s een moeilijke. Ik kan niet zomaar acteurs uit het blote hoofd meegeven. Uiteraard zijn er collega’s die goed zijn in wat ze doen en waar ik heel graag mee samenwerk. Maar de reflex ‘wow, ik ben fan’ zit er bij mij niet ingebakken. Er zijn acteurs waar ik gewoon heel nieuwsgierig naar ben en van wie ik elk stuk wil zien. Maar vergelijk dat niet met de adoratie voor een grote naam als Meryl Streep of zo. Streep is goed in wat ze doet, maar haar werk heeft geen impact op het vak dat ik uitoefen. Ik doe iets anders. Mijn theaterwerk is uiteraard wel beïnvloed door mijn voorliefde voor schrijvers: Toon Tellegen, Annie M.G. Schmidt, en de Griekse tragedieschrijvers Sophocles, Euripides en Aeschylos. Ik ben ook fan van de poëzie van Maud Vanhauwaert en Maarten Inghels. Noem het gerust een unieke mix. Ons cultuurlandschap telt enorm veel frisse, slimme en speelse dichters en schrijvers die me inspireren om zelf dingen te maken. 

 

Je bent, naast actrice, ook zangeres bij De Anale Fase. Wat moet ik me bij dat project voorstellen?
De Anale Fase laat zich vooral niet opjagen! Samen met Joeri Cnaepelinckx heb ik de muziek gemaakt voor ‘De koningin is verdwenen’, het boek dat later dat stuk werd bij De Kopergietery. We zijn er maar liefst vijf jaar mee op tournee geweest. Laten we zeggen dat De Anale Fase dus vooral projectmatig werkt: we komen niet elke week of elke maand samen om nieuw materiaal te maken. Meestal begint het met een idee of een concept waaraan we gaan prutsen. De eerste CD heette ‘Uittocht’ en verscheen in 2009, ‘De koningin is verdwenen’ kwam daarna. Nu prutsen we weer aan nieuwe dingen, maar daar is hoegenaamd nog geen kader voor vastgelegd. Wordt het een album? Koppelen we het aan een voorstelling? Dat valt te bezien. 

 

Jullie worden al eens omschreven als de ‘Hans en Grietje van het Belgische surrealistische lied’. 

Die commentaar kregen we van een collega na de release van onze eerste plaat! Eigenlijk vind ik dat statement nog steeds opgaan, omdat er een kwinkslag in onze songs zit. Ik heb – dat zei ik al – een voorliefde voor mythologie en sprookjes. Onze teksten baden altijd in een wereldje dat geen exacte weerspiegeling van de realiteit is. 

 

Jij bent een aangespoelde Brugse, zoals dat heet. Hoe verwant voel jij je met de stad? 

Ik kom uit regio Antwerpen, meer bepaald uit Rumst, maar Brugge is voor mij één van mijn thuishavens. De stad is bovenal gelinkt aan mijn vrienden: heel wat van de mensen uit het middelbaar zijn hier blijven hangen of teruggekeerd. Dus als je Brugge zegt, denk ik spontaan: vrienden. Ik heb hier mijn schooltijd gespendeerd, met de allerbeste herinneringen. 

 

Er wordt soms gezegd dat Brugge braaf is. 

Ach, ik kom uit een dorp, weet je. De stap van Rumst naar Brugge destijds was voor mij wel degelijk de sprong naar het stedelijke, ook al woonden we in de deelgemeente Sint- Andries en niet in het hart van de stad. Maar dat schamper doen over een oubollige of saaie stad, neen, dat is niet aan mij besteed. Ik hoor het weleens waaien: ‘Ah, gaat ge terug naar Brugge? Op pensioen misschien?’, maar dat is plagerig bedoeld. Mijn link met de stad is absoluut warm en positief. Ik hou ervan en vind dat er ontzettend veel te doen is. Als je de programmering van het CC bekijkt, de dansvoorstellingen: nergens in België is het aanbod zo uitgebreid. Uiteraard is Brugge geen studentenstad of grootstad, maar dat hoeft voor mij niet. Brugge mag gewoon Brugge zijn. 

 

Op welke plekken vertoef je het liefst? 

Ik ga bijzonder graag wandelen, overal zo’n beetje. Ik heb op tal van Brugse locaties ook superfijne jeugdherinneringen. De Kolenkaai heeft nog steeds iets speciaals. Ik heb er een jaar op een woonboot gewoond, die periode was heel bijzonder. Als ik in Brugge ben, ga ik geregeld terug naar de kaai. Het is daar heerlijk wandelen en herinneringen ophalen. 

 

Je bent een creatieve duizendpoot die vanalles uitprobeert. Waarmee wil je het publiek nog verrassen? 

De laatste tijd ben ik heel erg gefascineerd door het ontstaan van totalitaire regimes en burgerlijk verzet. Ik verdiep me al een poos in het werk van de Joods-Amerikaanse filosofe Hannah Arendt. Ik merk dat de thema’s ‘macht’ en ‘verzet tegen macht’ mij boeien. Daarmee bedoel ik: verzet tegen de foute macht. Je kunt dat linken aan de klimaatproblematiek en wat daar bijvoorbeeld achter zit. Laten we zeggen: ik schrijf een sprookje over de absurditeit van de macht, ecologie en het vermogen van de burger om neen te zeggen tegen wat fout loopt. Het feit dat je neen kunt zeggen, en dat je vooral blijft nadenken over wat je voorgeschoteld wordt: dat diep ik uit. Verder heb ik ook nog wat aanzetten voor een dichtbundel in de steigers staan. Daar ga ik uiteraard dingen van gebruiken. 

 

Stel: ik ambieer en acteercarrière maar heb geen spat ervaring. Wat adviseer je in dat geval? 

Je moet gewoon durven. Wat niet betekent dat mensen die van nature verlegen zijn, niet op een scène kunnen staan. Acteren draait om een brok verteldrang. Dat je spreekbuis wil zijn van een verhaal dat een ander heeft geschreven, of van iets dat je zelf hebt geschreven. Noem het vertelkracht. Met die vertelkracht kun je, mits oefening en ervaring, prachtige dingen doen. 

 

Welke dromen koester jij als actrice? Wat wil je nog bereiken? 

Ach, ik droom altijd heel klein. Momenteel droom ik van tijd hebben om in die heerlijke schrijversflow terecht te komen. Een idee zien groeien tot iets dat bestaat buiten jezelf: dat is telkens weer een droom die in vervulling gaat. Wat ik op een bepaald moment doe, dat is in elk geval de droom die ik verwezenlijk. Zoals ik hier en nu hoop verder te kunnen schrijven aan het idee dat in mijn hoofd zit. Het uit te werken tot iets waar ik hopelijk heel content over ben.